
Morele ontwikkeling
De volgende voorbeelden zijn gehaald uit het krantenartikel "De Juf is een dikke zeehond" afkomstig uit de Volkskrant.

In dit stukje van het krantenartikel lees je dat de jongens een filmpje op social media hebben gezet waar leerlingen in te zien zijn die met elkaar vechten. Wanneer de rector ze vertelt wat voor gevolgen dit kan hebben voor de toekomst, laten ze weten dat ze daar nog niet bij stil hebben gestaan. Toen ze het filmpje postte hadden ze er nog geen moreel oordeel over kunnen vormen omdat ze nog geen besef hadden van de causaliteit omtrent dit filmpje (Van der Wal en de Wilde, 2017). Nadat ze er door de rector op zijn gewezen wat de consequenties kunnen zijn van het postten van zo'n video hebben ze een moreel oordeel gevormd wat maakte dat ze niet langer op hun account actief zijn. Ze hebben de video gepost, wat maakt dat ze dus met een ander geen rekening houden, echter wanneer ze worden gewezen op de nadelige gevolgen voor de ander vormen ze een moreel oordeel waarin ze doen wat aardig is voor een ander. Dit valt onder de beste-jongen-braaf-meisjeoriƫntatie wat hoort bij het conventionele niveau volgens de Amerikaanse psycholoog Lawrence Kohlberg waar ze dus onder vallen (Van der Wal en de Wilde, 2017).

In
het stukje krantenartikel hiernaast lees je dat een meisje zich in de pauzes op
de wc verschuilt. In gesprek blijkt dat zij de kwetsende video van de docente
op haar account had gezet. Ze kreeg er spijt van maar onder groepsdruk zette ze
toch steeds weer dergelijke video's op haar account. Met het postten van de
video's laat het meisje zien dat ze geen rekening houdt met wat "goed" is voor
een ander. Bovendien plaatst ze ook een video van een docente waarmee ze laat
zien dat ze de docente niet als autoritair ziet of daar in ieder geval geen
rekening mee houdt in het vormen van haar morele oordeel. Dit maakt dat ze
volgends Lawrence Kohlberg niet op een conventioneel niveau een moreel oordeel
vormt (Van
der Wal en de Wilde, 2017). In het conventionele niveau is "goed
gedrag" dat wat voor een ander dan als plezierig ervaren wordt of wat door een
ander gewaardeerd wordt (Van der Wal en de Wilde, 2017).
Ook hoort bij het conventionele niveau het plichtsgetrouw willen handelen. Je
ben dan gevoelig voor autoriteit, vaststaande regels en handhaving van de
sociale orde (Van der Wal en de Wilde, 2017). Door de video te plaatsen houdt ze dus geen
rekening met een ander. Wel laat ze zien dat ze doet wat voor haar fysiek geen
nadelige gevolgen zal hebben, door haar medescholieren tevreden te houden
ondanks dat ze weet dat wat ze doet een ander kwetst. Het plaatsen van de video
werkt voor haar goed, omdat ze veel aandacht krijgt van haar klasgenoten, maar
een ander is er de dupe van. Dit valt onder de straf- en
gehoorzaamheidsoriƫntatie en dat betekent dat ze zit op een preconventioneel
niveau betreffende haar redeneren (Van der Wal en de Wilde,
2017).
Op het preconventioneel niveau wordt een handeling als goed ervaren wanneer het
de eigen behoefte bevredigt. Met de bedoeling van een handeling wordt dan geen
rekening gehouden (Van der Wal en de Wilde, 2017).